Jaarruimte en reserveringsruimte simpel uitgelegd. Inclusief tips voor aanbieders, stoppen met ondernemen en wat je nabestaanden moeten weten.

Als ondernemer regel je alles zelf. Ook je pensioen.
En dat is tegelijk vrijheid en verantwoordelijkheid.

Veel zzp’ers denken: “Dat doe ik later wel.” Tot later ineens nu is. En dan komen de vragen: wat is jaarruimte, hoe bereken je het, welke partij is betrouwbaar en… wat als ik stop met mijn bedrijf of kom te overlijden?

Wat wordt bedoeld met “pensioensparen” voor ondernemers?

In Nederland is pensioensparen voor ondernemers meestal een lijfrente: je bouwt een pensioenpot op via een lijfrenterekening (banksparen) of een lijfrentebeleggingsrekening (beleggen). De inleg kan aftrekbaar zijn in je inkomstenbelasting, maar alleen als je jaarruimte (en/of reserveringsruimte) hebt.

Jaarruimte: wat is het en waarom bestaat het?

Jaarruimte is de fiscale ruimte die je krijgt als je in het jaar ervoor te weinig pensioen hebt opgebouwd. Dat “pensioentekort” kan komen doordat je ondernemer bent (geen werkgever die pensioen regelt), of omdat je wel in loondienst bent maar weinig pensioen opbouwt.

De Belastingdienst heeft hiervoor een officiële rekentool: Hulpmiddel lijfrentepremie (vanaf 2016). Daarmee bereken je hoeveel je maximaal mag aftrekken.

Hoe bereken je jaarruimte?

1) De veilige manier: via de Belastingdienst-tool (aanrader)

Je hebt daarvoor nodig:

  • Je jaaropgaaf/inkomen van het voorgaande jaar
  • Je pensioenaangroei (factor A) van het voorgaande jaar (als je pensioen via werkgever/pensioenfonds had)

2) De “snap ik het”-manier: de logica achter de formule
De jaarruimte is gekoppeld aan 30% van je premiegrondslag (je inkomen min een AOW-franchise), minus een correctie als je al pensioen opbouwt via werk (factor A).

Voor 2025 betekend dit wanneer je inkomen over 2024 € 50.000,00 was en de AOW francise voor 2025 is € 18.475,00. Dan is de jaarruimte (€ 50.000,00 -/- € 18.475,00) * 30% € 9.457,50. Dit betekent dat je dit bedrag mag pensioensparen en van je belastbaar inkomen mag afhalen in 2025.

Reserveringsruimte: je gemiste kansen inhalen

Heb je in eerdere jaren niet ingelegd? Dan kun je vaak nog inhaalruimte hebben: reserveringsruimte. Je mag daarvoor tegenwoordig tot 10 jaar terugkijken.

De belangrijkste voordelen van pensioensparen zijn het fiscale voordeel (belastingvermindering nu), het opbouwen van extra inkomen voor later.

Welke partijen zijn “goed” voor pensioensparen?

Ik ga je geen “de beste” verkopen. Jij wil iets dat past bij jouw hoofd en jouw bedrijf.
Maar ik kan je wel tips  geven waar je op kunt selecteren.

Let hierop (in deze volgorde)

  1. Kosten: (servicekosten, fondskosten, stortingskosten)
  2. Keuze: sparen of beleggen, modelportefeuille of zelf sturen
  3. Overstappen: kan je later makkelijk waarde overdragen?
  4. Toezicht/veiligheid: staat de partij onder AFM/DNB of vergelijkbaar toezicht.

Drie bekende keuzes (met verschillende smaken)

  • Brand New Day (pensioenbeleggen / model of vrij beleggen). Ze publiceren hun kostenstructuur (o.a. service- en stortingskosten) en staan onder toezicht van DNB/AFM. 
  • DEGIRO Pensioenrekening (zelf beleggen, prijsstructuur met o.a. 0,20% op jaarbasis genoemd in hun tarieven/info). Ook info over toezicht staat bij hen uitgelegd. 
  • BrightPensioen (pensioenbeleggen, met een lidmaatschapsmodel; zij leggen hun prijsmodel uit en benoemen toezicht).

Mijn advies: kies eerst sparen vs beleggen. Vergelijk daarna pas aanbieders.

Wat als je stopt met je bedrijf of stopt met inleggen?

Stoppen met zzp’en is géén reden dat je pensioenpot “verdwijnt”.
In de praktijk gebeurt dit:

  • Je mag stoppen met inleggen; je pot blijft staan op naam van jou.
  • Je kunt vaak later weer starten met inleggen, zolang je binnen de fiscale spelregels blijft.
  • Wil je toch “cashen” en je lijfrente afkopen? Dan betaal je belasting over de afkoopsom en mogelijk ook revisierente. Dat is precies waarom dit potje fiscaal “op slot” zit.

Wat gebeurt er bij overlijden?

Dit is het stuk dat bijna niemand geregeld heeft. En juist dát maakt het belangrijk.

Overlijden in de opbouwfase (je bent nog aan het sparen/beleggen)
Bij een bancaire lijfrente (lijfrenterekening/lijfrentebeleggingsrekening) valt het tegoed doorgaans in de nalatenschap. Er is dan geen “kapitaalverlies” zoals bij sommige verzekeringsconstructies kan spelen. 

Je erfgenamen kunnen het geld meestal niet in één keer opnemen; ze moeten het volgens de fiscale regels omzetten naar een nabestaandenlijfrente en daarbij geldt een termijn: uiterlijk 31 december van het tweede kalenderjaar na overlijden moet het ingaan (met uitzonderingen). 

Overlijden in de uitkeringsfase (je krijgt al uitkeringen)
Dan hangt alles af van hoe de uitkering is ingericht. Soms stopt de uitkering bij overlijden. Soms kan deze (deels) doorlopen naar een partner. Dat verschilt per product/aanbieder, dus dit moet je vooraf checken. 

En ja: er kan ook erfbelasting-effect zijn, bijvoorbeeld op vrijstellingen bij een partner die een lijfrente/pensioenuitkering krijgt. 

Tot slot: zo maak je het simpel (en rustig)

Pensioen hoeft niet vaag te zijn. Je maakt het concreet met onderstaande stappen:

  1. Bereken jaarruimte (liefst via de Belastingdienst-tool).
  2. Kies sparen of beleggen, daarna pas de aanbieder.

Wil je dat ik met je meekijk naar jouw jaarruimte? Neem dan contact met me op.